Nederland, oh Nederland

Maandag 1 juni. De dag waar ik al weken zoniet maanden tegenop heb gezien: mijn vertrek. Had ik aan het begin van mijn trip geweten dat het zo geweldig zou worden hier, dan had ik er nog een paar maanden/jaren/levens achteraan geplakt. Maar helaas, dat zat er nu nog even niet in, en dus werd het tijd om het thuisfront zo’n 7500 kilometer verderop op te zoeken.

Ik was de afgelopen dagen al bezig geweest met het pakken van koffers, maar omdat dat nog niet helemaal klaar was en ik nog een was wilde draaien zodat ik geen vies spul mee zou nemen, stond ik maandagochtend vroeg op. Dat dat lukte verbaasde ik mezelf ook mee, want ondanks dat ik niet hoefde te werken ging de wekker toch echt al om 7:00 en slechts vijftien minuten later was ik er al uit. Ik gooide de zooi maar meteen in de was en begon mijn kamer maar leeg te halen. Van kastje naar tafeltje naar kastje naar bureau naar tafel naar nachtkastje. Het grootste gedeelte zat er inmiddels in, maar ik had nog handdoeken en een paar andere dingen die past last minute de koffer in konden. Dat zat echter nog in de was en omdat die nog niet klaar was, besloot ik om naar ’t Hilton te lopen om daar voorlopig mijn laatste Amerikaanse ontbijt te halen. Daarna werd ik door m’n vader thuisgebracht, alwaar we samen de laatste spullen inpakten. Met voor mij tot dan toe onbekende pakmethoden en zijvakken werden de koffers allemaal voor 110% gevuld. Maar, op een paar handdoeken en wat kleerhangers na, zat alles erin en kregen we de ritsen nog dicht ook. Dat was stap 1 van het ‘hoe vervoer ik dit allemaal’-vraagstuk.

Koffers de auto in, en op naar Tommy. Ik had beloofd om op weg naar de airport nog even langs te gaan om nog even gedag te zeggen. Ik liet nog een stapel stroopwafels achter, bedankte iedereen nogmaals voor de afgelopen paar maanden en stapte voor de laatste keer de winkel uit. Oh nee, de een na laatste, want ik was mijn laatste aanschaffen nog vergeten mee te nemen. Nog een keer om me heen kijkend stapte ik nu dan wel voor de laatste keer de winkel uit en de auto in. Op weg naar de airport in Ft. Walton Beach schoof ik een laatste BLT naar binnen voor we gingen kijken hoe die drie veel te zware koffers zonder bij te betalen het vliegtuig in konden.

Op de vraag hoeveel koffers ik in wilde checken antwoordde ik, alsof het de normaalste zaak van de wereld was ‘three’ en hoewel de incheckmevrouw dacht dat het er maximaal twee mochten zijn, matste ze me en stond er drie toe. Nou, dat was een begin, maar die drie waren ook allemaal nog eens te zwaar. Koffer één zetten we half op de weegschaal in de hoop dat het mee zou vallen, maar uiteindelijk moest hij er helemaal op en hij was inderdaad tien pond te zwaar. Mevrouw ging dus in het boekje zoeken naar wat me dat zou kosten, maar omdat de rij achter mij lang was en ze het niet kon vinden, matste ze me hier ook mee. Koffer twee was maar liefst twintig pond te zwaar, wat de wettelijke limieten overschreed en daar moest dus echt wat uit. Koffer drie had wel weer een normaal gewicht, dus daar kon wat uit koffer twee bij en uiteindelijk gingen ze dan toch allemaal de lopende band op. Ze zouden nu in ieder geval in Nederland aankomen (tenminste, dat hoopte ik dan maar), daar zou het nog een uitdaging worden om ze voorbij de douane te krijgen.

Na een vlucht van anderhalf uur was het nummer ‘Walking in Memphis’ van toepassing op mij, en bijna negen uur later stond ik aan de voet van een totaal ander leven. Ik kon bij de paspoortcontrole letterlijk direct doorlopen (dat heb ik ook wel eens anders gezien), en mijn koffers waren er ook redelijk snel. Schiphol +1. Maarja, als je vervolgens in je eentje met drie volle koffers, een laptoptas en een rugzak bij de douane komt, leidt dat uiteraard tot vragen. “Heeft u iets aan te geven ?” “Nee…” “Waar komt u vandaan ?” “Memphis” “Bent u op vakantie geweest ?” “Nee, ik heb daar geleefd” “En u heeft niets meegenomen ?” “Nee”. Nou is dat laatste niet helemaal waar, uiteraard heb ik alles dat ik bij Tommy heb gehaald meegenomen, maar dat heb ik zo goedkoop meegekregen dat ik alles bij elkaar wel onder de grens van de € 430 zat. “Ok, prettige dag dan verder”. En zo was ik ook door de douane.

En daarmee kwam een eind aan acht maanden Amerika. Voorlopig geen kleding meer vouwen, geen Engels meer (in de lokale supermarkt had ik al steeds ‘hé, Nederlanders. Oh, wacht even…’-momentjes), geen Amerikaans eten meer, geen kilo’s zware boodschappen die ik op een fietsje moest zien te vervoeren, geen strand op fietsafstand, geen temperaturen van dertig graden dag in dag uit, niet meer de vrijheid die ik daar had. Maar goed, dat is allemaal slechts ‘voorlopig’, want ik heb zo het vage idee dat het niet de laatste keer geweest is dat ik in de States was…

Een reactie op “Nederland, oh Nederland”

  1. Ed zegt:

    Hi Scott,

    Nu deze episode van je leven en je my-destiny achter de rug is, loopt ook deze fase van je blog ten einde, neem ik aan. Het was voor mij de afgelopen maanden een vast “ontbijt”- ingrediënt geworden. Ik zal het missen. Ik heb genoten van je teksten, je ervaringen en je verslag van de dagelijkse beslommeringen. Nóg leuker was het om je ter plaatse te zien en te constateren, hoe fijn je het daar hebt gehad in ons Destin.

    Je collega’s Mike, Dan, Michelle en Jeremy, die ik de laatste dagen nog een keer heb gesproken doen je de hartelijke groeten en drukken je nogmaals op het hart om vooral terug te komen. Dat zit er wel in, denk ik.

    Fijn dat je weer in Nederland bent, hoewel iets me zegt, dat het wel niet voor heel lang zal zijn…. I am so proud of you.

    Your Dad.

?>